1.   impliciet bn. 'zonder uitdrukkelijke verwoording, stilzwijgend inbegrepen'
categorie:
leenwoord
Nnl. implicite "ingesloten, daarin liggende, ingewikkeld, er onder begrepen" [1832; Weiland], impliciet, implicite 'stilzwijgend bedoeld' [1847; Kramers].
Via Frans implicite 'stilzwijgend inbegrepen of bedoeld' [1690; Rey], eerder al 'die geen expliciete verklaring nodig heeft' [1488; Rey], ontleend aan Latijn implicitus 'omwikkeld, ingevouwen; stilzwijgend bedoeld', het verl.deelw. van implic─üre 'inwikkelen, invouwen, omvatten', zie impliceren.


  naar boven