1.   imponeren ww. 'indruk maken'
categorie:
leenwoord
Mnl. eerst als lang verouderde juridische term inponeren 'dwingend opleggen' [1460; MNHWS]; vnnl. imponeren 'id.' [1553; van den Werve]; nnl. imponeren 'eerbied, bewondering inboezemen; indruk maken' [1824; Weiland]. Daarnaast het lang verouderde synonieme vnnl. imposeren 'dwingend opleggen' [1542; WNT Aanv.]; nnl. 'ontzag afdwingen' [1794; WNT Aanv.].
Ontleend aan Latijn impōnere 'inplaatsen, opleggen', gevormd uit in- 3 'in' en pōnere 'zetten, leggen', zie poneren. In het Frans werd dit Latijnse woord onder invloed van poser 'zetten, leggen' overgenomen als imposer [1302; Rey], waaraan de verouderde vorm imposeren is ontleend en zie ook imposant 'indrukwekkend'. Uit het Frans heeft het Nederlands ook de latere betekenis 'indruk maken, ontzag afdwingen' overgenomen.


  naar boven